Conductie of geleiding

Conductie of geleiding

Thermische- of warmtegeleiding werkt net zoals elektrische geleiding door middel van elektronen, als deze energie krijgen (of warm worden) gaan ze meer bewegen. Deze beweging geven ze door aan nabije elektronen in een golfbeweging genaamd een fonon. Een fonon beweegt zich voort met de snelheid van het geluid over een afstand van 1 µm vanaf de bron. Hierna zal de fonon onregelmatigheden tegen komen in het rooster waardoor het afgeremd wordt. Als resultaat wordt de warmteoverdracht steeds minder naar mate je verder van de bron af bent. De thermische geleiding is ook afhankelijk van de dikte van het materiaal, de warmtegeleidingcoëfficiënt en het temperatuur verschil.

Bron: http://technotheek.utwente.nl/wiki/Geleiding

De warmte geleiding wordt uitgedrukt in λ, en geeft aan hoeveel Watt (is joule/seconden) per m2 per Kelvin temperatuur verschil bij een dikte van 1 meter door het materiaal geleid.

Warmte weerstand of thermische weerstand is de mate waarin de materialen de warmte geleiding voorkomen. Lucht heeft een hoge warmte weerstand. Isolatiematerialen hebben een hoge warmte weerstand.

De warmte weerstand van een isolatiemateriaal wordt uitgedrukt in R. Dit is een combinatie van de warmte geleiding met de dikte van het materiaal. Hoe hoger de R-waarde hoe hoger de warmte weerstand en hoe beter het materiaal isoleert.

De totale warmte weerstand van een constructie, bijvoorbeeld een wand drukt men uit in de Rc

Uit bovenstaande mag je concluderen dat hoe hoger de warmteweerstand van een gebouw is des te lager het warmte verlies, des te minder je hoeft bij te verwarmen.

Belangrijk bij isoleren is dat deze luchtdicht, voldoende dik is en er geen koudebruggen in voorkomen.  Koudebruggen hebben een lage warmte weerstand en geleiden de warmte makkelijk weg. Waardoor je extra moet bij verwarmen.                                                                                               

IJzer geleid zoveel warmte dat je handschoenen nodig hebt.

De lucht neemt langs de radiator warmte op en geeft deze boven in de ruimte af, naarmate de lucht daalt zal deze minder warmte afgeven. Onderin is deze bijna tot de temperatuur van de ruimte gedaald. Vervolgens begint de cyclus weer opnieuw. Het plafond/dak zal ook warmte opnemen en deze via geleiding doorgeven en aan de koudere buiten lucht afgeven (in de zomer andersom). Convectie zal hier de geleiding versnellen omdat er meer warme lucht aangevoerd wordt.

                                                                                                   

Goede isolatie van een woning heeft geen koude bruggen en is voldoende dik waardoor de warmte bijna niet weg kan geleiden. Goede isolatie zorgt voor een constantere temperatuur in de woning, hier heb je in de zomer en winter profijt van. Eenmaal aangebracht zitten er geen jaarlijkse terugkerende kosten meer aan.